|

|
Kranten
Artikelen
Harry,
in pretpark Zweinstein
Het parool, 22 november 2001
MARK MOORMAN
Er zullen zelden
zoveel goed ingevoerde bioscoopgangers zijn geweest als bij Harry Potter
en de Steen der Wijzen, een film die vanaf donderdag op meer dan 240 schermen
(de helft Engels, de helft nagesynchroniseerd, dus let op) in Nederland
te zien is en daarmee meer dan een kwart van het Nederlandse bioscopenpark
bezet houdt.
Bij de persvoorstelling in Utrecht vorige week klonk bij enkele jonge
bezoekers opgelucht de constatering dat de film precies zo was als het
boek. Filmmaker Chris Columbus, vooral bekend van een serie hoogst succesvolle,
maar moeilijk te verteren familiefilms als Nine months, Mrs. Doubtfire
en Home alone, heeft zich nauwkeurig aan de letter gehouden. Alle grote
scènes zijn minutieus gereconstrueerd en het beschikbare budget
en de stand van de techniek stond niets in de weg. Het spel zwerkbal kon
op spectaculaire wijze naar het filmdoek worden gebracht en Zweinsteins
Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus met zijn magische architectuur
is een indrukwekkend decor.
Schrijfster J.K. Rowling, die het laatste woord had, heeft haar Harry
tegen globalisering beschermd en geëist dat de cast in zijn geheel
uit Engelse acteurs zou bestaan. En Engeland heeft er een zaak van nationaal
belang van gemaakt - voor de rollen van de kinderen werd een landelijke
drijfjacht gehouden en voor de volwassen rollen in dit meerdelige filmproject
dat de bioscoopbezoeker nog jarenlang zal achtervolgen, werd ongeveer
iedere Engelse acteur van naam en faam gecontracteerd.
Harry Potter en de
Steen der Wijzen (de film) mist de charme van de boeken, kon na 152 oorverdovende
minuten worden vastgesteld. Het scenerio lijkt vooral geschreven te zijn
om ons zo snel mogelijk van het ene spektakelstuk naar het andere te voeren
- alsof we al in Harry, Het Pretpark rondlopen - maar het mist de lichtvoetigheid,
de toon en ook de helderheid van Rowling.
Vooral in het eerste boek contrasteert Harry's leven als dreuzel (mens)
sterk met dat van Harry's leven als tovenaar, waarbij de schrijfster met
succes leunt op klassiekers als Oliver Twist, The wizard of Oz en de rijke
Engelse kostschoolliteratuur. In de film wordt deze duistere periode echter
vlot behandeld om snel op Zweinstein te kunnen aankomen.
Harry lijdt ook een beetje aan het Kuifje-syndroom: omringd door kleurrijke
figuren, met schitterend beschreven onaangename karaktertrekjes, is hijzelf
een beetje een bleekneus. Ook de film-Harry (Daniel Radcliffe - ''Hij
lijkt precies!'') komt hier niet helemaal overheen. De show wordt bij
de kinderen gestolen door zijn roodharige kameraad Ron Wemel, met opvallend
gemak gespeeld door Rupert Grint, die een paar van de beste scènes
uit de film heeft.
Het plezier van de film zit hem in de oogstrelende vormgeving, die van
het bezoek aan de winkelstraat voor tovenaars en de eerste maal dat Harry
de grote zaal van Zweinstein betreedt, mooie magische momenten maakt.
Er zijn een paar schitterende acteurs in kleine rollen, die ons toch doen
uitkijken naar toekomstige Harry-films. Alan Rickman is magnifiek vals
als de onbetrouwbare professor Sneep, John Hurt is mooi als Meneer Olivander,
de winkelier in toverstokjes, en Robbie Coltrane is een overtuigende Hagrid,
de reusachtige terreinknecht met de onverstandige hobby's.
De film lijkt met tweeënhalf uur aan de lange kant voor kinderen
jonger dan tien jaar, en hij krijgt als Kijkwijzer het symbooltje voor
geweld en angst mee. Maar goed, iedereen weet wat hem te wachten staat
als je de driekoppige hond gepasseerd bent en een spel op leven en dood
aangaat met Hem, wiens naam niet genoemd mag worden. Voorlopig zijn we
nog niet van Hem af en daarmee zitten Hollywood en Rowling precies op
dezelfde lijn.
|